De spanning bij topsporters is soms immens. Sportpsycholoog Afke van de Wouw leert ze daarmee omgaan. “Als ze weten en herkennen wat die druk met hun lichaam doet, zijn ze al een heel eind.”

Als verzorger/fysiotherapeut bij de Larensche Mixed Hockey Club kwam Afke van de Wouw tot een loopbaanveranderende ontdekking. “Ik hield me vooral bezig met kapsels, spieren en pezen maar nauwelijks met het hoofd van spelers, terwijl ik merkte dat de geest een grote rol speelt bij het ontstaan van blessures en het revalideren”, vertelt Van de Wouw. “Soms had ik het gevoel dat ik aan symptoombestrijding deed, omdat ik in de behandeling niet tot de kern van het probleem kwam.”

Ze ging bewegingswetenschappen studeren en koos voor de richting sportpsychologie. Van de Wouw legt uit dat een sporter door bepaalde gedachten zijn lijf onder spanning kan zetten. “Een sporter die net is hersteld van een blessure denkt bij zijn eerste wedstrijd misschien: ik moet nu laten zien dat ik helemaal terug ben. Door zo’n gedachte kunnen bepaalde hormonen vrijkomen zoals adrenaline, waardoor zijn hartslag omhooggaat, zijn ademhaling oppervlakkiger wordt, de zuurstofopname afneemt en er eerder verzuring van de spieren ontstaat. Hierdoor kan coördinatieverlies en zelfs kramp ontstaan. Een nieuwe blessure ligt zo op de loer.” Voor sommige sporters kan de spanning zover oplopen dat ze moeten overgeven, vertelt Van de Wouw. “Dat is fysiologisch niet de beste voorbereiding. Na het overgeven is je lichaam toch even van slag.” Maar ze begrijpt wel dat spelers gebukt gaan onder de – soms immense – druk. “Ik heb weleens, vlak voor een wedstrijd, met spelers in de catacomben van De Kuip gestaan. Dan voel ik ook de spanning, terwijl ik zelf het veld niet op hoef. Verder is er niet alleen het stadion dat voor druk zorgt; thuis zitten er ook nog miljoenen te kijken. En dan heb je nog die mannen met snorren die er allemaal.

Arts en Auto – 2015. Voor het volledige artikel: Download hier de PDF